Enkele gastsprekers uitgelicht: Rietje de Haan-Kooistra en Jan Provoost
donderdag, 16 april 2026
Gastsprekers uitgelicht
Straten waar de Nederlandse vlag bij veel huizen aan de gevel wappert en feestvierende mensen die massaal de bevrijding met elkaar vieren. Dat is het beeld dat we meestal hebben van de Bevrijding. Maar voelde iedereen zich ook echt bevrijd? En wat zijn de gevolgen van de oorlog op naoorlogse generaties? Gastsprekers Rietje de Haan-Kooistra en Jan Provoost vertellen onder welke verschillende omstandigheden hun families de Bevrijding meemaakten.
Rietje de Haan-Kooistra: ‘Al die jaren groeide ik op met gesloten deuren'
“Kinderen zijn het mooiste deel van de samenleving. Zij hebben mijn hart”, zei Rietje de Haan- Kooistra eens in een interview met RTV Utrecht. “ Ik vertel ook graag mijn verhaal op lerarenopleidingen. Dat zijn de mensen die met kinderen gaan werken. Ik vind het belangrijk dat zij het verhaal horen van iemand die de oorlog zelf heeft meegemaakt.” De nu 85-jarige Rietje is op kerstavond 1940 geboren in Utrecht. Nog altijd woont ze in de Spaarnestraat, de straat waar ze tijdens de oorlog met haar ouders en zussen woonde. Een groot deel van oorlog bood het gezin onderdak aan acht Joodse onderduikers. Het gezin en de onderduikers overleefden allemaal de oorlog en vierden samen de bevrijding. Rietje vertelt als gastspreker haar familieverhaal op verschillende scholen. In 1942 haalde Rietjes vader Joodse mensen op om hen onder te brengen bij niet-Joodse mensen. “ Op een gegeven moment hebben mijn ouders tegen elkaar gezegd: ‘Als wij dit van anderen vragen, moeten we het zelf ook gaan doen.’”, zegt Rietje. Ze was één jaar toen haar ouders onderduikers in huis namen. De onderduikers zaten voornamelijk in de afgesloten achterkamer of in de schuilkelder. Een heel dunne muur scheidde hen van het huis ernaast. “Zij moesten héél zachtjes doen. Mijn moeder bracht ons altijd heel vroeg naar bed. Om zes uur ’s avonds riep ze van onderaan de trap: ‘Welterusten lieve kindertjes!’. 
Dat was het teken voor de onderduikers dat ze uit de achterkamer konden komen”, legt Rietje uit. Alles ging onder een streng regime. Als de zusjes Kooistra iets denken te horen of zien, wordt dat stellig ontkent. “En de grote hoeveelheid was aan de waslijn? Die wuifde mijn moeder weg met: ‘Ik doe de was voor mijn zus, die heeft weinig tijd.’” Rietjes oudere zus haalt boodschappen in verschillende winkels zodat het niet opvalt dat ze voor veel mensen inkopen doet. “Al die jaren groeide ik op met gesloten deuren”, zegt Rietje. ”Slechts een paar meter gescheiden van de mensen die in hetzelfde huis aan de andere kant van die deuren leefden.” Op 6 mei 1945 komt er een einde aan de geheimzinnigheid. De oorlog is voorbij. Om het te vieren wil vader koekjes bakken. Er zijn niet genoeg ingrediënten in huis en een van de onderduikers gaat eropuit om olie te halen bij de kazerne aan de Kroezenlaan. Voor het eerst in al die jaren kan zij de straat weer op. Als ze terugkomt met de olie, heeft ze ook twee Canadese soldaten meegenomen. Die brengen chocola en sigaretten mee voor de familie. Er wordt ook een bijzondere foto genomen met daarop het hele gezin, alle onderduikers en de Canadese soldaten. Rietje is 4 jaar en het is feest. Nederland is bevrijd.
Docenten prijzen Rietje haar gastlessen om haar goede interactie met de leerlingen, het meebrengen van materialen en de duidelijke opbouw van de gastles.
Reactie van een leerling: ‘Ik vond het indrukwekkend dat mevrouw Rietje met haar zusjes een soort van opgesloten zat. Dan lijkt je eigen huis haast een gevangenis.’
Jan Provoost: ‘Bevrijding heeft mijn vader nooit echt gevoeld’
“Mijn vader deed na het middageten vaak een dutje. Soms schrok hij huilend wakker en pakte hij mijn zusje stevig in zijn armen”, zegt Jan Provoost. “ Mijn moeder zei dan: Dat komt door de oorlog.” Wat zij daarmee bedoelde leerde Jan later pas. Jan is geboren in 1967 en vertelt als gastspreker het verhaal van zijn vader, Johan Provoost. “Mijn vader heeft de oorlog dan wel overleefd, maar bevrijding heeft hij nooit echt gevoeld.” Tijdens Jan zijn jeugd vertelt Johan lange tijd niet over de oorlog. “ Ik was ongeveer 17 jaar toen er iets bijzonders gebeurde”, zegt hij. “Mijn vader was op zaterdagmiddag naar boven gegaan om aan een schilderij te werken. Toen hij het aan ons liet zien waren we verbaasd: het was geen landschap of stilleven zoals hij dat vaker schilderde, maar een schilderij over de oorlog.” In de tijd erna maakte Johan nog meer schilderijen over de oorlog en kon daarmee stukje bij beetje zijn verhaal vertellen. Bijvoorbeeld over 11 september 1944, de dag dat Breskens werd gebombardeerd door de geallieerden. Johan is dan 12 jaar. Het huis van het gezin stort in, zijn broertje is zwaargewond, een aantal vriendjes van hem is dood. Met zijn vader probeert Johan zijn zusje Marietje vanonder het puin te bevrijden. Vader kan er niet bij. Johan kan tussen het puin kruipen en probeert voorzichtig om Marietje te bevrijden. “ Trek maar door Johan”, zegt zijn vader, “Ze is toch al dood.” Samen met Duitse soldaten halen Johan en zijn vader met nog meer mensen onder het puin vandaan. “Mijn vader droomde vaak dat hij Marietje tussen het puin zag. Daarom werd hij dus huilend wakker en nam hij míjn zusje in zijn armen.” 
Na het bombardement kan het gezin terecht in een boerderij van familie bij Biervliet, een dorp verderop. Deze wordt geconfisqueerd door de Duitsers. Twee jonge ingekwartierde Duitse soldaten helpen met het graven van een schuilkelder achter de boerderij. Door hevige gevechten blijft het gezin dagen en nachten in de schuilkelder. Als de beschietingen zijn gestopt, gaan ze naar buiten. Johan en zijn familie staan in de modder als hij een soldaat ziet met een helm die hij niet kent. Het is een Canadees. De oorlog is voorbij. Johan zijn thuis is verwoest en Marietje is dood. Is dit nou een bevrijding?
Jan: ‘Mijn vader is ook gastspreker geweest. Ik heb het stokje voor zijn dood van hem overgenomen. Oorlog gaat niet alleen over stoere soldaten en gevechten, maar vooral over de gevolgen voor gewone gezinnen. Het verhaal vertelt ook hoe je door schilderen, schrijven of praten je verdriet kan delen en er beter mee om leert gaan.’
Docent: ‘Jan vertelde een indrukwekkend verhaal over zijn vader. Hij vertelde het op zo'n manier dat de kinderen geraakt werden. Jan had een goede interactie met de leerlingen. Het was een zeer waardevolle gastles’

