Enkele gastsprekers uitgelicht - Gé Bijlsma, Dick Falkena en René Akihary
maandag, 02 maart 2026
Enkele gastsprekers uitgelicht
In elke nieuwsbrief worden enkele gastsprekers nader uitgelicht. Deze keer Gé Bijlsma die als kind dagenlang in de schuilkelder zat tijdens de Slag om Arnhem, Dick Falkena wiens vader collaboreerde met de Duitsers (waarom deed hij dat?) en René Akihary die geboren werd in een Molukse barak.
Gé Bijlsma
‘Het gaat helemaal niet om mij als ik mijn verhaal vertel. Het gaat om de kinderen. Ze moeten weten dat er een oorlog op de stoep staat. Het kan goed gaan, maar ook niet’, zegt de 86-jarige gastspreker Gé Bijlsma. ‘Ik wil hen leren dat er veerkracht bestaat. En liefde. En begrip. Zodat het niet tot oorlog hoeft te komen.’
Gé Bijlsma is geboren in 1939 in Arnhem. Zijn vader vocht in mei 1940 op de Grebbeberg tegen de Duitsers, werd krijgsgevangen genomen en gedwongen te werken als stoker op de trein naar Rusland. Hierdoor stond de moeder van Gé er alleen voor. In de gastlessen die Gé op scholen geeft, vertelt hij over zijn jeugd. Over hoe hij als klein jongetje de Slag om Arnhem meemaakte vanuit een schuilkelder en hoe het was om de Hongerwinter mee te maken.
‘Misschien ben ik wel jaloers op kinderen die naar school gaan. Door de oorlog kon ik niet naar school en heb ik niet goed leren lezen en schrijven. Dat heeft mij mijn leven lang in de weg gezeten. Gelukkig heeft mijn vrouw mij hier altijd mee geholpen en heb ik in mijn leven mensen ontmoet die zagen wat ik kon.’ Hierdoor werkte Gé jarenlang als leidinggevende in de horeca.
‘Het aantal ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog gaat hard achteruit. Ik ben 86 jaar, maar haal ik de 87? Ik heb haast om mijn verhaal te vertellen. Tegen docenten wil ik daarom zeggen: stel een gastles niet uit.’ Gé wil als persoon niet in de schijnwerpers staan: ‘Nogmaals, ik vertel mijn verhaal aan kinderen. Maar het draait helemaal niet om mij. Het draait om hen. De toekomst draait om hen.’
In 2014 verscheen het boek ‘Oma gaan we nou dood?’, geschreven door Marike Spee over het leven van Gé Bijlsma. Jan Terlouw schreef in het voorwoord: Wie beseft nu iedere dag het voorrecht dat we hebben om in vrede te kunnen leven? Maar wie dit verhaal leest, staat er weer even bij stil. Dat kan helpen om de vrede te bewaren.’
Docenten en leerlingen zijn onder de indruk van de gastlessen van Gé: ‘Meneer Bijlsma weet zijn verhaal op emotionele manier over te brengen op de kinderen zodat zij snappen wat oorlog doet met kleine kinderen ook al lijden ze niet persé honger. En dat oorlogsslachtoffers de sporen hun hele leven met zich meedragen. Ook weet hij de huidige dreiging en onrustige tijd te koppelen aan zijn eigen verhaal. Leerlingen zijn onder de indruk van zijn verhaal en zijn verschijning. Een grote groep was het lokaal na de les niet uit te slaan.’

Dick Falkena
Dick Falkena uit Doetinchem werd geboren op 1 april 1950 in Den Helder, de marinestad waar hij ook opgroeide. Hier waren de sporen van de Tweede Wereldoorlog nog goed zichtbaar en speelde Dick op de kaalgeslagen plekken in de stad. Er was iets vreemds aan de hand: sommige kinderen mochten van hun ouders niet met hem spelen. Pas toen Dick volwassen was, begreep hij hoe dat kwam. Zijn vader, Djurre Falkena, bleek met zijn transportbedrijf voor de Duitsers aan de Atlantikwall gewerkt te hebben. Dick duikt in zijn verleden en onderzoekt verschillende bronnen. Daaruit trekt hij de conclusie: ‘Mijn vader was fout. Daar was geen twijfel over. Maar er zit ook een keerzijde aan het verhaal.’ De Keerzijde is ook de titel van het boek over zijn familieverhaal dat Dick in 2014 uitbracht. In zijn gastles vertelt hij over de ontdekkingstocht naar het oorlogsverleden van zijn ouders. Hij stelt zichzelf daarbij steeds de vraag: wat heeft hen bewogen?
Reacties van docenten:
‘Meneer Falkena benadrukt dat je situaties niet altijd zwart-wit kan bekijken en dat elke situatie meerdere kanten heeft. Deze boodschap was zeer op zijn plek in mijn klas.’
‘De leerlingen waren ook onder de indruk van het feit dat acties in de oorlog je nog zo lang kunnen achtervolgen.’
‘Het was fijn dat leerlingen alle vragen mochten stellen die ze wilden’
Reacties van leerlingen:
‘Ik vond het erg dat hij als kind werd veroordeeld, gepest en buitengesloten om wat zijn vader heeft gedaan.’
‘Ik vond het interessant om eens de andere kant van het verhaal te horen.’

René Akihary
‘In Nederland waren negentig kampen. Van die negentig kampen heb ik er in drie jaar tijd tweeënzestig bezocht’, schetst René Akihary een deel van zijn jeugd. ‘Daar heb ik gezien hoe mijn volk is weggestopt. Ver weg van de maatschappij. Ver weg van de bewoonde wereld.’
René Akihary is Moluks. Drie maanden voor zijn geboorte in 1951 kwamen zijn ouders aan in Nederland. Veel Molukkers hadden in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) gevochten in Nederlands-Indië. Toen Indonesië zichzelf onafhankelijk verklaarde, konden de Molukkers niet terug naar de Molukken. De Nederlandse Staat moest van de rechter de soldaten naar Nederland overbrengen. Eenmaal in Nederland aangekomen volgde direct ontslag uit het leger. Molukse militairen werden gehuisvest in verschillende kampen verspreid over heel Nederland. Deze kampen werden woonoorden genoemd.
René groeit in armoede op in het kleine woonoord ‘Bruinhorst’ in het midden van Nederland. Hier werd Maleis gesproken en er was weinig contact met de omgeving. Zijn moeder naaide de tjole en kebaja: de traditionele Molukse klederdracht. René was 9 jaar oud toen hij iedere zaterdag met de trein zestig van de negentig woonoorden bezocht om met zijn moeder de zelfgemaakte kleding te verkopen. De Nederlandse taal spreekt ze niet en de Nederlandse topografie kent ze ook niet. René is haar gids, haar tolk en haar boekhouder. Tot zijn 12e jaar heeft hij iedere zaterdag zijn moeder begeleid.
De barakken waarin René woonde waren van hout en de leefomstandigheden waren primitief. ‘Het was een leven zonder toekomstperspectief.” Ik zag een volk dat wanhopig op zoek was naar zijn identiteit. Er was veel verdriet en wanhoop. Mensen kampten met frustraties en onverwerkte trauma’s’, zegt René. ‘Ik was 12 jaar en dacht: Is dit mijn volk? Dat kan toch niet? Wie ben ik dan? Hier begint mijn zoektocht naar mijn ware ik. Naar mijn identiteit.’
In zijn gastles vertelt René over de Molukkers in Nederland en de Molukkers in voormalig Nederlands-Indië en hoe de zoektocht naar zijn identiteit gestalte kreeg.

