Verzetsdeelnemer
Truus Menger

Truus Menger wordt geboren in 1923 in Haarlem. Truus groeit op in een communistisch georiënteerd gezin met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Wanneer er in 1941 iemand voor de deur staat die vraagt of Truus wil deelnemen aan het verzet is voor haar dan ook maar één antwoord mogelijk. "Ik kwam terecht bij de Raad van het Verzet samen met onder andere mijn zusje Freddie en Hannie Schaft, het 'meisje met de rode haren'. Mijn moeder was het eens met mijn beslissing het verzet in te gaan. Ze gaf me wel het advies mee om nooit in de schoenen van de vijand te stappen en altijd een mens te blijven". In het begin houdt de verzetsgroep van Truus zich bezig met het maken van verzetskranten en het vervalsen van persoonsbewijzen. In de loop van de oorlog worden de acties echter steeds radicaler. De groep begint zelfs aanslagen te plegen. "Nadat we de eerste aanslag hadden gepleegd, zei mijn zusje tegen mij: 'Truusje, nu zijn we geen mensen meer'…, zelfs nu heb ik het er nog moeilijk mee dat ik mensen heb doodgeschoten. Wat echter nog zwaarder aanvoelt zijn de gedachten aan de personen die ik niet heb kunnen redden. Soms word ik nog achtervolgd door nachtmerries, waarbij ik op het moment dat het misgaat, badend in het zweet wakker word". Truus weet, in tegenstelling tot Hannie Schaft, uiteindelijk tot het einde van de oorlog uit de handen van de nazi’s te blijven.
Na de bevrijding stort Truus Menger zich op het maken van kunst. "Mijn verleden klinkt dan wel als een spannend meisjesboek, maar dat was het niet. Ik heb het overleefd, maar veel van
mijn vrienden zijn vermoord. Ik draag het verdriet om al deze mensen bij me. In het scheppen van kunst kan ik een deel van de heftige emoties kwijt. Ondanks deze emoties heb ik echter geen spijt van mijn beslissing. Wanneer ik opnieuw zou moeten kiezen, zou ik weer het verzet in gaan. De nazi’s deden veel mensen namelijk onrecht aan. En wanneer ik zie dat iets niet deugt, ga ik er op af".