Gastsprekers in klaslokaal
Burgeroorlogsgetroffene
Dik de Boef
Lees verder
Onderduikoverlevende
Rozette Kats
Lees verder
Verzetsdeelnemer
Truus Menger
Lees verder
Kind van politiek foute ouders
Tineke van Hal
Lees verder
(Over)leven in een concentratiekamp
Ernst Verduin
Lees verder

Kind van politiek foute ouders

Tineke van Hal

Tineke van Hal wordt geboren op 20 december 1938 in Veendam. Haar ouders zijn erg blij met hun dochter. Een jaar later wordt het gezin uitgebreid met een zoon. Voor de oorlog zijn ze een gewoon, gelukkig gezin. Tineke’s vader is lid van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Hij gelooft dat de NSB een eind zal maken aan de armoede en onrust in Nederland.
“Ik was zelf nog veel te jong om te begrijpen waar het over ging. Maar mijn moeder stond wat betreft zijn politieke voorkeuren niet achter hem. Sterker nog, zij was er fel op tegen.”

Veel herinneringen aan de oorlog heeft ze niet. Voor Tineke begint het verhaal pas echt als de oorlog voorbij is. Ze is dan zes jaar oud. Haar vader wordt opgepakt en komt na drie jaar internering, in een kamp in Sellingen, thuis. Een vreemde voor Tineke en haar broertje. Het gezin wordt door de omgeving niet geaccepteerd. Tineke begrijpt wel dat dit te maken heeft met haar ‘foute’ vader. “We werden vaak uitgescholden, soms geslagen en geschopt, ook door de volwassenen. Als er een straatfeest was, wat nogal eens gebeurde in die tijd dan ging ik met mijn broertje kijken. Maar dan werden we altijd weggestuurd. Weg jullie lelijke NSB kinderen werd er dan geroepen.”
Aan de andere kant staan de mensen die ‘goed’ zijn geweest in de oorlog. “Bij ons in het dorp werd een straat vernoemd naar een gedode verzetsheld. Zijn dochtertje mocht het naambord onthullen. Daar stond zij, in een prachtig wit jurkje en bloemen in haar handen. Ik stond er van ver en verscholen naar te kijken. Ik besefte heel goed dat ik niet bij dat gezelschap hoorde. Ik herinner me mijn jaloezie, bijna haat zelfs, ten aanzien van dat meisje.”

Pas als ze ouder wordt gaat ze het begrijpen. Tineke schaamt zich voor wat haar vader heeft gedaan. Ze voelt zich schuldig in zijn plaats, wat haar het gevoel geeft dat ze altijd iets goed moet maken. Op een gegeven moment besluit ze op te zoeken wat haar vader in de oorlog precies heeft gedaan. “Ik las in dat dossier dat hij gelukkig geen schokkende dingen had gedaan. Ik las de getuigenis van mensen en ook die van mijn moeder. Het bleek dat mijn vader tijdens de oorlog ook heel wat mensen had geholpen.”
Later komt Tineke in een gespreksgroep waarin oorlogskinderen van alle achtergronden met elkaar samen komen. “Dat je met joden, kinderen van verzetsdeelnemers, kinderen van Duitse soldaten of wat dan ook je diepste emoties en angsten kan delen en dat je elkaar accepteert in alle overeenkomsten en verschillen die er zijn. Je leert dan nog dieper dat je niet ‘fout’ bent. Je ziet dat je allemaal slachtoffer bent, dat je allemaal dezelfde pijn hebt. Je leert dat oorlog alleen maar verliezers kent.”