Onderduikoverlevende
Rozette Kats
Rozette Kats wordt geboren op 27 mei 1942 in Amsterdam. Kort na de geboorte van Rozette besluit het gezin Kats onder te duiken. Dit blijkt niet eenvoudig met een kleine baby. Via een aantal adressen komt Rozette uiteindelijk terecht bij een echtpaar dat tot tweemaal toe kort na de geboorte hun eigen kindje heeft verloren. Ze is dan negen maanden oud en zonder haar ouders. Om veiligheidsreden krijgt Rozette de naam Rita mee. "Tot jaren na de oorlog heb ik deze naam aangehouden. Mijn eigen voornaam ben ik pas weer gaan gebruiken nadat ik mijn latere man ontmoette, die ook ondergedoken had gezeten". Rozette maakt bij haar pleegfamilie de bevrijding mee. Haar ouders is dit lot niet gegund. Hun onderduikadres wordt verraden en Rozette’s vader en moeder worden via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Daar vinden Hendrika Eliasar en Emanuel Louis Kats de dood. Na de oorlog blijken slechts een halfbroer en oom de oorlog te hebben overleefd.
Het leven van Rozette Kats verloopt als gevolg van de moeilijke start problematisch. De avond voor haar zesde verjaardag vertellen haar pleegouders dat zij hun kind niet is. "Over mijn ouders konden zij niet meer vertellen dan dat die joods waren en daardoor de oorlog niet hadden overleefd. Ik concludeerde in stilte dat ik eigenlijk ook dood had moeten zijn en toen begon voor mij een angstig dubbelleven". Rozette lijkt voor de buitenwereld ogenschijnlijk als een normaal kind op te groeien, maar innerlijk heerst er echter een zwarte leegte. "Niemand kon me wat vertellen over de oorlog. Mijn oom kon bijvoorbeeld niet spreken over zijn verleden. Hij had het opgesloten in zijn binnenste en in een tas vol documenten en foto’s… die echter nooit tevoorschijn werd gehaald". In 1992 neemt Rozette deel aan de conferentie Het Ondergedoken Kind in Amsterdam. Zij ontmoet daar lotgenoten en kan na bijna vijftig jaar eindelijk praten over haar diepste gevoelens. "1992 beschouw ik dan ook als het jaar waarin ik uiteindelijk echt uit de onderduik ben gekomen".