Burgeroorlogsgetroffene
Dik de Boef
Dik de Boef wordt geboren op 1 oktober 1940 in Rotterdam. Dik’s ouders zijn als communist overtuigd tegenstanders van het nazi-regime. Al voor de oorlog helpen zij politieke en joodse vluchtelingen en wanneer de nazi’s Nederland bezetten worden Dik’s ouders al snel beschouwd als verdachte personen. "Mijn ouders besloten om naar Arnhem te verhuizen. Hier woonden namelijk al veel Rotterdammers die tijdens het bombardement hun huis waren kwijt geraakt. Daardoor konden mijn ouders ook makkelijker in contact komen met het verzet waarvoor zij allerlei activiteiten ondernamen". In Gelderland blijft het oorlogsleed de familie De Boef niet bespaard. Op 22 februari 1944 wordt Arnhem gebombardeerd. "Ons huis kreeg twee voltreffers. Een geluk bij een ongeluk want door de twee aan elkaar tegenstrijdige luchtdrukstromingen bleef een deel van het huis overeind staan". De familie overleeft het bombardement maar tijdens het reddingswerk blijkt een gedeelte van het huis op de linkerarm van Dik te rusten. Hierdoor moet de vierjarige jongen uren wachten voordat hij naar het ziekenhuis kan worden gebracht. "Ik heb de beelden van deze dag opgeslagen in mijn hoofd. Nog steeds zie ik soms een brandende kinderstoel met daarin mijn broertje voor me. Na zoiets tuimel je als klein kind de volwassenheid in. Je begint te geloven dat je er niet mag zijn". Via vele plaatsen komt de familie De Boef aan het einde van de oorlog uiteindelijk terecht op de Veluwe. Hier maken ze de bevrijding mee.
Na de oorlog blijken de gevolgen van zijn traumatische jeugd voor Dik de Boef groot. "Ik heb mij nooit echt begrepen gevoeld. Op een gegeven moment was het zelfs zo erg dat ik niet eens verder wilde leven". Pas nadat hij in contact komt met de methode creatieve therapie leert Dik omgaan met zijn verleden. "Voor mijn gevoel zit mijn hoofd vol met laden met daarin mijn ervaringen, zowel de goede als de slechte. Soms komen de slechte herinneringen in mijn dromen nog naar boven. Ik weet nu gelukkig wat deze herinneringen zijn én vooral hoe ik ze weer op kan bergen zodat ze mij geen echte last meer kunnen bezorgen".